Rötenbach
Zwarte Woud


15 tot 19 september 2008

Deze keer geen auto’s of minibusje om ons naar onze bestemming van onze midweek te brengen, maar een heuse TOURINGCAR. Jawel beste lezer, 23 Sluisstappers, dat is bijna één vierde van ons ledenaantal, schreven zich in om van 15 tot 19 september te gaan wandelen in het Zwarte Woud. We parkeerden onze auto’s veilig op de binnenplaats van het huis van Wilfried zijn ouders en om 5u50 sloot onze chauffeur Herman zijn deuren en weg waren we richting Duitsland.

We hielden onze eerste stop rond 8 uur aan het AC restaurant in Aarlen om te ontbijten en even na 12uur stopten we opnieuw aan het wegrestaurant “Mahlberg-West” in Duitsland om iets te eten en om de rij- en rusttijden van onze chauffeur te respecteren.

ons hotelDe rit verliep zonder problemen en vroeger dan voorzien arriveerden we aan het hotel-pension “Zum Bierhaus” in Rötenbach, deelgemeente van Friedenweiler. De cheffin regelde samen met François de kamerverdeling en drie kwartier later stonden we klaar om onze eerst wandeling, een omgevingsverkenning, te starten. De korte afstand, de vlinderwandeling van 4,5 km, bleef in de buurt van het dorpje en de lange afstand, de haaswandeling van 9 km, liep tot in Löffingen. Af en toe moest Etienne, aan de hand van een beschrijving van het wandelpad, toch even bijsturen om de juiste weg te vinden. Het grootste deel van beide tochten liep door een open vlakte op meer dan 800m hoog en er stond een koude stevige wind. Reden genoeg om ons na afloop een opwarmertje te permitteren in de bar van ons hotel.

We verbaasden ons erover dat onze korte afstandsstappers nog niet terug waren maar bij hun aankomst bleek dat zij onderweg een gezellig cafeetje hadden ontdekt (wat ons later nog van pas zou komen) om een vroege aperitief te nemen. Om 18u30 gingen we aan tafel in het restaurant voor een eenvoudige maar lekkere maaltijd. We bleven nog wat napraten over de voorbije dag bij een wijntje, een grote frisse pint, een obstler (schnapps) of een koffie. We maakten afspraken voor de volgende dag en zochten onze kamers op.

de stappersDinsdagmorgen na het ontbijt stapte de ganse groep de bus op. Vijftien lange afstandsstappers werden gedropt in Aeule, de anderen werden met de bus naar Schluchsee, gelegen aan het gelijknamige meer gebracht, voor een wandeling langs de oever en door het dorp.
Toen we onze geplande wandeling naar Altglashütten wilden starten en de bocht omdraaiden, botsten we op een wegversperring. Er zat niets anders op dan naar Aha te gaan en daar een nieuw vertrekpunt te zoeken. Na enig overleg werd beslist de Lachenrütteweg te volgen tot we onderweg een aanduiding tegenkwamen naar Altglashütten. Via het bos Kohlwald bereikten we uiteindelijk ons doel. Voor eten en drinken konden we terecht in Cafe Konditorei Silberdistel. Na de middagpauze vonden we in het centrum niet onmiddellijk de juiste wegmarkering naar Schluchsee. We zochten het station op omdat we wisten dat de wandelweg daar zeker langsliep.

Tot in Aha bleef ons wandelpad in de buurt van de spoorlijn, maar wij moesten wel regelmatig klimmen en dalen in tegenstelling tot de trein. Via een bosweg bereikten we, na 18 km en het overwinnen van 460 hoogtemeters, het meer en de rest van de groep in Schluchsee.
In het café-restaurant waar we nog iets gingen drinken bestelde Jean-Pierre, grote liefhebber van roomijs, een cola en vroeg “haben Sie Eis” waarop hij een cola met veel ijsblokjes kreeg maar geen ijskaart. We trokken allemaal samen naar de bus die ons terugbracht naar ons hotel.
De dienster kwam ons melden dat de bediening wat langzamer zou kunnen verlopen omdat de cheffin ziek was. Om haar werk te verlichten gingen de meesten na het avondeten nog “iets” drinken in het cafeetje dat de vorige dag verkend was door de korte afstandswandelaars, de anderen bleven in het hotel en amuseerden zich met gezelschapsspelletjes.

de schlucht inDe derde dag startten we allemaal samen vanaf het hotel te voet voor een “lichte” tocht van
8 km ? eindbestemming Schattenmühle, want daar zouden we ’s middags iets kunnen eten en kon de bus de mensen van de korte afstand oppikken om in de namiddag naar Titisee te rijden. Aanvankelijk was de weg goed begaanbaar maar eens we aan de Rötenbachschlucht begonnen, kwamen we op een smal paadje terecht vol verrassingen. Wandelend naast de rivier werden we steeds omhoog en omlaag gestuurd met veel klauterpartijen, evenwichts- en lenigheidsoefeningen. Als het dan voor sommigen nog niet lukte konden zij rekenen op een helpende hand.

Een tiental keer staken we de rivier over, gelukkig altijd over stevige bruggen. We moesten wel alert blijven want hier en daar ontbrak er een plank.
Op de plaats waar het riviertje van de Rötenbachschlucht uitmondt in de Wutach hielden we een korte rustpauze. Het vervolg van de wandeling was nog lastig maar niet meer zo spectaculair. Na drie en een half uur zwoegen kregen we op het einde nog een fikse afdaling met heel hoge treden voorgeschoteld en dan waren we er. De bus hadden we rap gevonden. Herman begon zich al ongerust te maken omdat we zo lang weggebleven waren. We zouden immers rond 12 uur daar geweest zijn want het ging tenslotte maar over een afstand van 8 km …. die in werkelijkheid 12 km bedroeg.

in de RötenbachschluchtEen bord aan het terras van het restaurant Schattenmühle bevestigde ons vermoeden: heute Ruhetag. Geen eten dus. Wij terug met de bus naar ons cafeetje in Rötenbach want daar stonden enkele kleine gerechten op de kaart. Ook daar echter geen eten. De bazin contacteerde het Gasthof Steppacher in het naburige Friedenweiler en rond 14 uur konden we ons eten bestellen. Anderhalf uur later gingen de lange afstandsstappers te voet terug naar het hotel (8 km), de anderen vertrokken met de bus voor nog een kort bezoek aan Titisee. De terugweg naar het hotel was één lange rechte goed begaanbare baan, uitzonderlijk voor deze omgeving. De mannen doken verdacht veel het bos in en waren daardoor op achtervolgen aangewezen. Zouden zij teveel halve liters bier gedronken hebben? Of lag het tempo van de vier vrouwen te hoog?

Terug in Rötenbach werd op het einde lichtjes afgeweken van het parcours om opnieuw langs ons cafeetje te kunnen passeren…
Na het avondeten was het bingo-avond onder leiding van de drie wijzen François, Etienne en Wilfried. Of waren het de drie grijzen? François had voldoende prijzen voorzien zodat er veel winnaars waren. Wellicht zagen sommigen toch een prijs aan hun neus voorbijgaan want zij presteerden het om nog meer open vakjes te hebben dan dat er bolletjes in de trommel overbleven.

Donderdag kwamen we een beetje vroeger ontbijten omdat de lange afstandsstappers nog naar de bakker en de beenhouwer wilden om zelf hun lunchpakket samen te stellen voor de geplande dagwandeling.

De voltallige groep vertrok met de bus naar de plaats waar we de vorige middag gestopt waren (Schattenmühle). Nadat drie vrouwen en tien mannen uitgestapt waren reed de bus verder naar Triberg, gekend om zijn mooie uurwerken aan de gevels van de huizen en zijn waterval. De mensen van de korte afstand volgden een wandelweg die hen 163 m lager bracht tot aan de voet van de waterval. Ze zagen het echter niet meer zitten om te voet terug naar boven te gaan en besloten om een beroep te doen op de “belbus” van Herman.

Intussen was onze groep begonnen aan hun tocht door de Wutachschlucht. In vergelijking met de Rötenbachschlucht viel de moeilijkheidsgraad nogal mee. Er was wel meer afwisseling, de ene keer liepen we vlak langs het water, dan weer zagen we de Wutach vanuit de hoogte liggen. Even voor de middag vonden we een ruime picknickplaats die blijkbaar ook door andere groepen gekend was. Daarna vervolgden we onze weg over een rotsige ondergrond, hier en daar waren ladders en stalen kabels bevestigd om de begaanbaarheid van de weg te vergemakkelijken.
François had onderweg een idee opgedaan om een watervalletje na te maken in zijn tuin en dus hamsterde hij ijverig een ganse zak mos bij elkaar. Het resultaat mogen we binnenkort met zijn allen bij hem thuis gaan bewonderen…

Omstreeks 14 uur bereikten we de Wutachmühle waar we onze voorzitter konden overhalen om even te rusten en iets te drinken. Vervolgens trokken we verder naar Achdorf zonder noemenswaardige hindernissen.

Even buiten het dorp kregen we een lange, steile asfaltweg naar een bos voorgeschoteld. Nadat we op adem gekomen waren vervolgden we onze weg langs de rand van dit bos. Vrij vlug echter doken we in het bos en werden we getrakteerd op een venijnige zigzag beklimming tussen de bomen op een smal paadje. Om de dames te motiveren werden ze er attent op gemaakt dat dit het “laatste hoogtepunt” van de wandelweek was. Het wandelpad liep verder langs de achterzijde van de heuvel. Na een nieuwe beklimming waren we in totaal 185 m gestegen. De markering op een bank wees ons de weg en langzaam dalend bereikten we Blumberg, eindbestemming van onze tocht. We zouden de andere groep treffen aan het treinmuseum van Blumberg. Toen bleek dat we dan nog eens 3 km zouden moeten stappen, besloten we om een drankgelegenheid op te zoeken waar de “belbus” ons even later kwam oppikken.

Het afgelegde traject van deze dag, 21 km en 660m stijgende hoogteverandering, is een stuk van de “Querweg Freiburg-Bodensee”. Volgens enkele anciens was de tocht van vandaag één van de mooiste en zwaarste wandelingen ondernomen in clubverband. Na onze laatste avondmaaltijd kwam de cheffin, intussen bijna hersteld, ons bedanken voor ons verblijf, maakte nog wat reclame voor de natuur en bezienswaardigheden van de streek en bood ons nog een schnapps aan. We bleven nog wat nakaarten over de voorbije dagen en zochten onze kamers op, de enen al wat later dan de anderen….. .

Vrijdagmorgen ontbijt en inpakken, valiezen vóór 10 uur in de bus want het vertrek was gepland om 10 uur stipt. Toen we om 9u30 onze sleutel gingen afgeven bleek dat we de laatste waren, zo kan je op tijd zijn en toch het gevoel hebben te laat te zijn.
De cheffin kwam ons nog een goede terugreis wensen en onze voorzitter nog wat knuffelen en dan vertrokken we richting Freiburg.

Freiburg

Na een korte stadsrondleiding in de historische Altstadt, aten we iets en om 13u30 reden we verder huiswaarts. Kort na 17u hielden we halt in Aire de Capellen in Luxemburg om nog eens te eten en rekening te houden met de rij- en rusttijd van de chauffeur. Om de file aan de wegenwerken op de E411 te vermijden koos Herman voor de N4 via Bastogne. Door de drukte aan de tankstations langs de weg in Martelange hadden we daar een half uur vertraagd verkeer. Ondanks de vertraging hadden we nog een kwartier voorsprong op het geplande aankomstuur (21uur) in Nieuwenrode.

We bedanken onze initiatiefnemers François, Etienne en Wilfried voor al het werk dat zij hebben geleverd om deze geslaagde wandelmidweek (zonder een druppel regen maar dat is niet hun verdienste) mogelijk te maken. Een speciaal woordje van dank aan Etienne voor het aanmaken van de dagelijkse klevers, het opzoeken van de toeristische informatie en de wandelmogelijkheden en François voor de boeking van het hotel en het organiseren van de busreis.

Pierre & Jeannine