
Was het de mond aan mond reclame, de voor velen vrijwel onbekende
bestemming, of het succes van vorig jaar dat zoveel mensen deed
beslissen zich in te schrijven voor onze jaarlijkse midweek? Feit is
dat dezelfde drieëntwintig deelnemers van verleden jaar, aangevuld met
nog vier nieuwkomers, op maandagmorgen 7 september rond kwart vóór zes
op de bus stapten om het avontuur naar Frankrijk aan te vatten. Aan het
stuur van de autocar van Ivo Cars onze vaste chauffeur Herman die weer
voor een feilloze verplaatsing zou zorgen.
Het stramien van vorig jaar herhaalde zich: sommigen werden opgehaald, anderen werden gebracht en diegenen die met eigen vervoer kwamen konden hun auto’s kwijt op de privé-parking aan het ouderlijk huis van Wilfried. Aan het AC restaurant in Arlon hielden we een eerste keer halt voor het ontbijt en daarna trokken we via Metz en Nancy dieper Frankrijk binnen. Omdat onze chauffeur maximum vier en een half uur aan één stuk mag rijden stopten we een tweede maal aan het wegrestaurant “Aire de Lochères” op de A6 autostrade om te lunchen.
Om 14u30 startten we opnieuw en aan afrit 23 verlieten we de autostrade. Na enkele kilometers bereikten we het “Parc national régional du Morvan”dat zich in het hart van Frankrijk bevindt en ongeveer 70 km lang is en 50 km breed. De Morvan, een uitloper van het Centraal Massief, ligt in Bourgondië en strekt zich gedeeltelijk uit over de departementen Yonne, Nièvre, Côte-d’Or en Saône-et-Loire. Volgens onze gids Wilfried was het gebied vroeger vooral bekend voor het leveren van brandhout aan Parijs via de waterlopen en het vervoer van hout met ossenwagens. De vrouwen werkten als voedster voor de kinderen van de betere klasse, vooral uit Parijs en omgeving.
De soms zeer smalle wegen slingerden zich aanvankelijk tussen weinig begroeide heuvels. In de weiden overal die grote, witte, indrukwekkende koeien zonder vlekken, het “Charolaise” ras. Hoe korter we onze eindbestemming naderden hoe dichter bebost de omgeving werd.
Iets
na 16u bereikten we het hotel “Le Relais des Lacs” in Planchez. Deze
gemeente ligt op ongeveer 650 m boven de zeespiegel in het departement
Nièvre en is het centrum van de kerstbomenteelt in de Morvan. Het
dorpje werd in de tweede wereldoorlog op 25 juni 1944 voor een groot
gedeelte platgebrand door de Duitsers als vergelding voor de hulp aan
de weerstand. Tijdens onze wandelingen kwamen we trouwens verschillende
monumenten en gedenktekens tegen die verwijzen naar deze periode.
De kamers werden toegewezen en in minder dan geen tijd stonden we klaar voor onze eerste wandeling van 10 km, een stuk van de gele streepjeswandeling “En suivant la Montagne” (Montagne is een waterloop) met start op de parking van de place de la Résistance, vlak vóór het hotel. Drie niet-wandelaars bleven ter plaatse en de anderen vertrokken voor een eerste kennismaking met de omgeving.
Het
werd ons vlug duidelijk dat we deze week vooral “technische”
wandelingen zouden voorgeschoteld krijgen met pittige beklimmingen en
afdalingen en veel losliggende stenen. Onderweg merkten we kikkers op
die zich verscholen hielden in groezelige plassen en we zagen veel
percelen met aangeplante kerstbomen bestemd voor de verkoop. Een stuk
van de
wandeling
viel samen met het traject van de GR 13. Aan de grote baan gekomen werd
de belbus van Herman opgeroepen om een gedeelte van de groep terug naar
Planchez te brengen terwijl de anderen te voet langs de baan verder
gingen. Het duurde lang vooraleer Herman ons gevonden had, hij was even
buiten Planchez op een T-kruispunt rechtdoor gereden richting Les
Settons in plaats van rechts af te slaan. Bijgevolg waren de stappers
vroeger in het hotel dan de lifters.
Om 19u30 werden we in de eetzaal verwacht en nadat iedereen van drank was voorzien werd het eten opgediend. Elke dag was er na de hoofdschotel nog een kleine kaasschotel die bij de ene al meer in de smaak viel dan bij de andere. Het was een lange dag geweest en bijna iedereen ging op tijd de rust opzoeken.
Dinsdagmorgen konden we vanaf 8 uur gaan ontbijten. De meesten zochten tevergeefs naar het ontbijtbuffet, we moesten ons echter tevreden stellen met een ontbijt op zijn Frans met één croissant en stokbrood met confituur.
Nadat de lange afstandswandelaars zich van proviand hadden voorzien (lunchpakket besteld in het hotel of aankopen bij de plaatselijke bakker en kruidenier) vertrok de ganse groep met de bus om 9u30 naar Chaumard, gelegen aan het meer van Pannecière. Het waterreservoir, dat het meer van Pannecière in werkelijkheid is, ligt in de stroming van de Yonne. Het dient om de watertoevoer naar de Seine te regelen en met zijn 520 ha is dit meer het grootste van de vier die in de Morvan met dat doel zijn aangelegd. Even na 10 uur begonnen 24 moedigen aan “Le sentier du maquis” een wandeling van 10 km. Een stevige klim bracht ons onmiddellijk 150 m hoger. Het pad slingert door het gemengd bos van Beauvernoy en leidt naar plaatsen waar het maquis van Chaumard, het plaatselijke Franse verzet, tijdens de tweede wereldoorlog gebivakkeerd heeft. Aan het gedenkteken dat herinnert aan de 22 gesneuvelde verzetsstrijders, hielden we even halt.

Bij
een moeilijke afdaling met veel losliggende stenen werden vlug
koppeltjes gevormd, het sterke geslacht kan in bepaalde omstandigheden
toch nog nuttig zijn. Op het einde van de wandeling werd van het
parcours afgeweken om de lange afstand te laten aansluiten op de “Tour
de Morvan”. De anderen kwamen via de gewone baan rond 13u en na 350
hoogtemeters te hebben overwonnen terug in Chaumard toe, waar zij de
mogelijkheid hadden iets te eten om dan later met de bus naar
Château-Chinon te gaan.
De groep van de lange afstand had intussen aan de oevers van het meer een geschikt plaatsje gevonden om te picknicken om daarna over een afstand van 14 km de geelrode aanduidingen van de Route du Morvan te volgen tot Lavault-de-Frétoy. Opnieuw een bosrijke omgeving en op en neer gaande paden die soms door de losse stenen moeilijk begaanbaar waren. We bemerkten een buizerd in de lucht en enkele herten vluchtten weg bij het zien en vooral horen van die “twaalf ezels” ( lees: elf ezels en één ezelin) zoals onze voorzitter het formuleerde. Nadat we vandaag in totaal 850 meter hadden geklommen, bereikten we de kerk van Lavault-de-Frétoy om 16u30 waar de rest van de groep ons stond op te wachten. Het was drummen aan de bar van de bus voor een lekker fris biertje, een scenario dat zich elke dag op het einde van de wandeling zou herhalen.
De korte afstand bracht in de namiddag een bezoek aan Château-Chinon, de geboorteplaats van de voormalige Franse president François Mitterand, die er ook geruime tijd burgemeester was. Tijdens de heenrit werd de weg versperd door een groep koeien die niet direct aanstalten maakten om opzij te gaan. In het stadje bevindt zich de monumentaal versierde fontein geschonken door Mitterand, ze konden de kerk bezoeken, op een hoogte van 580 m was er een oriëntatietafel naar het zuiden gericht met een prachtig uitzicht en in de afdaling naar de calvarieberg stond een tweede oriëntatietafel, deze keer naar het oosten gericht en geschonken door Touringclub de France in 1914.
Tijdens
het avondeten beklaagden Germaine, Rosette en Rita, die samen een kamer
deelden, zich erover dat er toch zo weinig water uit hun douche kwam.
Pierre ging samen met Germaine een kijkje nemen om te trachten het
euvel te verhelpen. Bleek dat ze vergeten waren het knopje van de kraan
open te draaien en enkel de hendel hadden gebruikt die het koud en warm
water en het volume regelt. Toen ze terug naar het restaurant wilden
gaan, schrokken ze zich een aap want wie was er ondertussen op het bed
van Rita komen liggen? Een poes! Neen, geen stoeipoes, maar een “echte”
poes. Hilariteit alom toen ze hun verhaal vertelden.
Na het avondeten speelden we onze klassieke jaarlijkse bingo en de voorzitter had naar goede gewoonte voor enkele prijzen gezorgd. Toen onze chauffeur als eerste een volle lijn had en wat later ook nog een volle kaart, vermoedde hij dat het om een lepe truc van de voorzitter ging om hem lid te kunnen maken.
Omdat haar getallen maar met mondjesmaat uit de trommel kwamen, mopperde “first lady” Monique meermaals “ik ben hier niet meer graag”. Na een tijdje volgde er beterschap maar een prijs heeft ze toch niet kunnen winnen. Het was al bijna middernacht toen we na een zware dag naar onze kamers trokken.
Op woensdag reed de bus met de ganse groep naar Roussillon-en-Morvan. Veertien stappers werden gedropt en de anderen reden verder tot Autun voor een bezoek aan de stad.Autun ligt aan de rivier Arroux in een heuvelachtig gebied net buiten het natuurpark van de Morvan. De niet-wandelaars hadden keuze genoeg om de dag door te brengen: bezoek aan de markt, rondrit met een stadstreintje, bezoek aan de kathedraal Saint-Lazare, het opvallendste gebouw van de stad, of het bezichtigen van de stadspoorten en het Romeins theater, beide nog daterend van de tijd dat Autun werd gesticht door de Romeinen. Sommigen waren ontgoocheld dat ze het meer niet hadden gevonden maar toen ze er op attent werden gemaakt dat een wandeling rond het meer pas voor donderdag (Lac des Settons) was gepland vonden ze het beter daarover niets meer te zeggen.

Voor de lange afstand wachtte “Les Gorges de la Canche”, een luswandeling van 24 km. Een afdaling bracht ons een kleine 150m lager om vervolgens een steile beklimming te verwerken op gemaaid gras die ons op hetzelfde hoogteniveau bracht als ons vertrekpunt. We waren nog maar pas vertrokken of we moesten al op zoek naar onze tweede adem. Een kleine rustpauze en de afdaling naar de Canche (rivier) gaven ons opnieuw energie om de Gorges aan te pakken. Onze gids Wilfried was zelfs zó gretig dat hij te vroeg probeerde langs het water de wandelaanduidingen te vinden. Dan maar terug en met de hulp van de geelrode streepjes van de Tour du Morvan, die voor een stuk samenviel met onze wandeling, hadden we iets verderop meer succes. Deze Gorges de la Canche is één van de interessantste wandelingen die je in de Morvan kunt maken, alleen is het pad niet overal gemakkelijk te bewandelen. Afwisselend loopt het langs de linker- en de rechteroever van de waterloop, het probleem is echter dat er geen bruggen zijn om de oversteek te maken. Jeannine dacht dat ze op dezelfde elegante manier als Etienne over de stenen kon huppelen maar ze misrekende zich en op de derde gladde steen draaide zij zijdelings het frisse water in. Gevolg: linkerkant helemaal nat.
Later
ondervond ook Julien hoe glad groene rotsen kunnen zijn: ook hij moest
de ganse namiddag verder met de sporen van een val op zijnen derrière
en zijn gele T-shirt. Een tweede oversteek door het water over stenen
en boomstammen verliep voor iedereen probleemloos dankzij veel helpende
handen. Op het einde van de Gorges vonden we een geschikte plaats langs
het water om te eten en te bekomen van onze emoties. Na ongeveer 10 km
in Grand-Mizieux kon de wandeling ingekort worden. Eliane en Magda
maakten daar gebruik van en kregen de nodige instructies om op eigen
tempo terug aan de kerk in Roussillon te geraken. De andere 12 trokken
verder voor de resterende 14 km. Met de nodige rustpauzes en
voortdurend bergop en bergaf en 730 hoogtemeters op de teller bereikten
we rond 17u15 ons vertrekpunt. We moesten nog een tijdje wachten op de
bus want de bezoekers van Autun hadden pas om 17u afgesproken met
Herman. Jean legde zich in afwachting op een bankje in een bushokje en
viel spoedig in slaap. Toen de klok op de kerktoren sloeg, schrok hij
zodanig dat hij rechtsprong en klaar wakker was.
We waren op tijd terug in het hotel voor een deugddoende douche, al dan niet gevolgd door een aperitief. Na het eten werd er nog wat nagekaart over de voorbije dag en de meesten verkozen op tijd te gaan slapen om uitgerust te zijn voor de laatste “bergetappe”.
Voor de laatste dag van ons verblijf in de Morvan trokken 13 lange afstandsstappers naar Dun-les-Places en de 14 anderen naar het Lac des Settons. In Dun-les-Places was de 24 km lange luswandeling “La Vallée de la Cure” geprogrammeerd. Na een afdaling kwamen we aan de Cure (rivier) die we na een tijdje opnieuw verlieten want de gele streepjes verf op de bomen stuurden ons terug naar boven om uiteindelijk 180m meter hoger de Roche de la Pérouse te bereiken, een klein open rotsplateau met uitzicht op de vallei van de Cure. Naar goede gewoonte daalden we terug af naar de rivier en aan een picknickplaats werden we van een goed begaanbare vlakke weg naar een pad juist naast het water gestuurd en getrakteerd op een klauterpartij over rotsblokken en bomen om duimen en vingers van af te likken. Het was vlug middag en op een soort stenen schiereiland haalden we ons lunchpakket boven. Na het eten verbeterde de weg en de brug over de Cure was het keerpunt van de wandeling die vanaf nu samenviel met de GR 13. We waren genoodzaakt de roodwitte streepjes te volgen want de gele waren verdwenen.


Opnieuw werden we de bossen ingestuurd met de nodige niveauverschillen. Na een rustpauze hadden enkele snelle mannen voor een verrassing gezorgd door op het einde van een bergop in de losse grond een verwelkoming voor de Sluisstappers te schrijven. Op het laatste stuk vóór we opnieuw de Cure zouden bereiken, was er nog een lange lastige afdaling: een uitgespoelde weg met losse stenen en daarbij nog schuine zijkanten.
Dat zelfs een wandelaar met veel ondervinding steeds alert moet blijven ondervond Lucien toen hij op een niet zo moeilijk stuk onzacht in aanraking kwam met de grond van de Morvan, met enkele schaafwonden als gevolg.
Eens aan het water vonden we de gele streepjes terug om ons naar het centrum van Dun-les-Places te leiden. Alhoewel de tocht van vandaag gedeeltelijk langs het water liep, hadden we weeral een kleine 700 hoogtemeters in de benen. Intussen was de bus toegekomen en werden we naar het Lac des Settons gebracht waar we de andere Sluisstappers terugvonden op één van de terrassen aan het meer. Een frisse pint bier van ‘t vat smaakte. Het viel ons op dat er een tamelijk groot prijsverschil was tussen een drank aan den toog (2,10 euro) of op het terras (2,65 euro). Negen Sluisstappers hadden de wandeling van ongeveer 15 km rond het meer afgewerkt op een aangepast tempo terwijl de niet wandelaars een rondvaart op het meer hadden gedaan en de terrassen verkend. Om 18u vertrokken we met z’n allen terug naar Planchez waar we stilaan aan inpakken konden gaan denken.
Vrijdag na het ontbijt rekenden we af en overhandigden de kamersleutels aan de chef, die we maar weinig te zien hebben gekregen. Iets voor halftien sloot Herman de deuren van de bus en vertrokken we richting Vézelay. Een uur later waren we in Vézelay, een Frans stadje in het departement Yonne. Het is vooral bekend als bedevaartsoord en voor zijn abdijkerk St. Madeleine, een bouwwerk uit de elfde eeuw dat later werd uitgeroepen tot basiliek. Vézelay trekt nog altijd pelgrims aan want het ligt op de route naar het Spaanse Santiago de Compostela.
Er
werd afgesproken dat we om 13u30 terug aan de bus zouden zijn en
diegenen die wilden konden met Wilfried op “pelgrimstocht”. Vanaf de
muur die Vézelay omgeeft heeft men een goed zicht op de bossen en
heuvels in de omgeving, spijtig dat de zon zich verstopte. Onderweg was
er voor de geïnteresseerden nog een ommetje naar de kapel “La
Cordelle”, waarna we verzamelden op het “Terrasse” achter de basiliek.
Een bezoek aan de basiliek mocht zeker niet ontbreken. In de voorhal
van de kerk zagen we boven de deur van de middenbeuk het bekende
timpaan (ruimte tussen bovendorpel van deur en de daarboven zich
welvende boog). Aan elke zuil
vertelt
een kapiteel een gebeeldhouwd verhaal. We daalden met smalle trapjes af
naar de crypte waar zich de relikwieën bevinden van Maria-Magdalena.
Daarna verlieten we de kerk en was het tijd om een eetgelegenheid op te
zoeken.
Terug aan de bus trok Herman nog een laatste groepsfoto op de parking en om 13u40 vertrokken we richting België. Via Avallon en Auxerre namen we in Troyes de autostrade A 26 richting Reims. Om in orde te zijn met de rij- en rusttijden van onze chauffeur en ons de mogelijkheid te geven nog iets te eten hielden we vóór St.Quentin halt aan het wegrestaurant “Aire d’Urvillers” van 18 tot 19 uur. Eens Cambrai gepasseerd waren we vlug in Valenciennes en wat later in Mons. Om 21u15 stopte Herman in de Paddegatstraat tegenover huisnummer 97 en zat onze midweek er op.
Met veel goede herinneringen trokken we huiswaarts.
Het weer was een echte meevaller, de zon scheen van ’s morgens tot ’s avonds, gelukkig vonden we in de bossen regelmatig verkoeling. Het droge weer had ook nog een ander voordeel: eens thuis moesten we enkel het stof van onze wandelschoenen borstelen.
Tijdens deze midweek hebben we een streek in Frankrijk leren kennen waarvan de meesten nog nooit hadden gehoord. Door de keuze van de wandelingen en het bezoek aan Vézelay hebben we praktisch de ganse Morvan doorkruist. We willen dan ook het bestuur van onze wandelclub bedanken dat ze ons deze kans hebben geboden. Laten we niet vergeten dat bij het organiseren van een midweek heel wat komt kijken en dat de initiatiefnemers dat belangeloos en vrijwillig hebben gedaan. Daarom een speciaal woordje van dank aan François voor de coördinatie, Wilfried voor de verkenning ter plaatse en het uitwerken van de activiteiten en Etienne voor de aanmaak van de klevers voor ons boekje, de begeleiding bij de wandelingen en zijn taak als verkenner.
Het is uitkijken naar wat het bestuur voor volgend jaar in petto heeft…
Pierre en Jeannine.